FAQ's over KVV

Wat is kvv?

Kvv staat voor Kompleet Vers Vlees, ook wel Kant en klaar Vers Vlees genoemd. Alle ingredienten die je hond, kat of fret nodig heeft zijn vermalen in de juiste verhoudingen in de vorm van een worst of vleesblokjes en daarna diepgevroren. 

Waarom vers vlees?

Als je kiest voor vers vlees kies je voor voeding die past bij het verteringsstysteem van een (opportunistische) carnivoor (vleeseter) zoals een hond en kat. Er wordt wel eens beweerd dat een hond een omnivoor (planten- en vleeseter) is en geen carnivoor, maar als je naar het verteringsstelsel en het gebit kijkt klopt dat niet. De darmen van een hond zijn wel iets beter aangepast op plantaardig voer dan die van een kat. De term opportunistische carnivoor vind ik dan ook het beste bij een hond passen. Als hij de kans heeft, eet hij ook plantaardig voedsel, maar dat betekent niet dat een hoofdzakelijk plantaardige voeding het beste is. Katten zijn nog duidelijker carnivoor en hebben minder tot geen behoefte aan plantaardig voedsel.

Waarom is vers vlees zo gezond?

Vers vlees heeft ten opzichte van verhitte voeding zoals blikvoer en brokken meerdere voordelen:


Wat merk ik daar dan van?

Dat verschilt per dier, maar veelgehoorde verschillen tussen brok en vers zijn:


Hoe kan dat?

Doordat verhitte voeding zorgt voor veel afvalstoffen, worden de afvalstoffen op verschillende andere manieren uitgescheiden, bijvoorbeeld via de interne organen (lever, nieren), via de vacht (doffe vacht, jeuk, stank), via de darmen (winderigheid). Daarnaast is de ontlasting op verhit voer te zacht om de anaalklieren uit te drukken tijdens het ontlasten. 

Hoe werkt het?

1. Bewaar de kvv in de vriezer.
2. Verdeel de kvv in porties van de juiste hoeveelheden voor je dier, door het te zagen of deels te laten ontdooien en dan te snijden.
3. Haal de dag vantevoren de maaltijd uit de vriezer, laat deze ontdooien. (best buiten de koelkast)
4. Voordat je de maaltijd geeft, laat je deze even op temperatuur komen buiten de koelkast. Dit hoeft niet perse, maar voor veel honden/katten wel prettiger.
 

Hoeveel en hoevaak voeren?

De volgende richtlijnen zijn gemiddelden. Je kunt de exacte hoeveelheden aanpassen aan de behoefte van jouw dier.
 

Welk dier? Hoeveel? Hoevaak?
Pup tot 4 maanden: 50 gram per kg lichaamsgewicht
4-7 maanden: 40 gram per kg lichaamsgewicht
7-10 maanden: 30 gram per kg lichaamsgewicht
10+ maanden: 20 gram per kg lichaamsgewicht

 

tot 3 maanden: 4 keer per dag,
3- 6 maanden : 3 keer per dag
6- 12 maanden:  2 keer per dag.
12+ maanden: 1 of 2 keer per dag

 

Volwassen hond        20-30 gram per kg lichaamsgewicht.
Actieve, levendige en kleine honden: tot zo’n 40 gram per kg lichaamsgewicht 
Drachtige en zogende hond: 30-40 gram per kg lichaamsgewicht

 

1 of 2 keer per dag

 

Kitten 80 tot100 gram per kg lichaamsgewicht

 

3 a 4 keer per dag

 

Volwassen kat 30 tot 40 gram per kg lichaamsgewicht
Drachtige en zogende kat: 60-80 gram per kg lichaamsgewicht

 

2 keer per dag

 

Fret 60 tot 80 gram per kg lichaamsgewicht
Drachtige en zogende fretten: 60-100 gram per kg lichaamsgewicht

 

2 of 3 keer per dag

 


Overstappen van brok naar vers

Ideaal is beginnen met de light van carnibest. Deze voeding is iets minder 'zwaar' en wordt het makkelijkst geaccepteerd bij overschakeling.
Voor veel honden is de overstap vrij simpel en kan dit zonder problemen in een paar dagen mengelen met het oude voer.
Voor honden met gevoelige darmen aangeraden om langzaam te laten wennen aan het vers vlees en over te schakelen in 10 dagen.
Voor katten is de overstap soms lastig, omdat het vaak eigenwijze eters zijn. Je kunt de kvv au bain-marie verwarmen om het wat geuriger te maken.


Een optimaal menu

Een optimaal menu bestaat uit

Er zijn twee soorten kvv, namelijk kvv die compleet is en kvv waarbij je zelf diersoorten moet afwisselen. Bij een kvv die compleet is, hoef je niet perse vier diersoorten te voeren, maar dat is wel beter. Waarom? Alle diersoorten bevatten een eigen mix van voedingsstoffen en aminozuren. Door meerdere diersoorten te voeren voorkom je tekorten van bepaalde stoffen.